"GERARDUS JOHANNES WIEFFER het heeft Hare Majesteit Koningin Beatrix behaagd u te benoemen tot RIDDER in de Orde van Oranje Nassau." Met deze woorden bevestigde burgemeester Drs.F.A.M. Kerckhaert donderdagmorgen dat JAN niet zomaar,met de bekende smoes, naar het Stadhuis was geroepen. Velen waren al enige tijd heimelijk op de hoogte van de komst van deze zeer verdiende onderscheiding. Naast zijn inspanningen voor de Scouting betekent Jan veel voor de Overijsselse molenwereld als molenaar en als moleninstructeur. Vanuit de SOM een welgemeend applaus en felicitaties voor deze gepassioneerde molenvrijwilliger.
|
 |
|
Jan Wieffer vecht voortaan als ‘Ridder Jan’ vóór molens
In 1605 liet de Spaanse schrijver Miquel de Cervantes Saavedra zijn geesteskind Don Quichote de la Mancha het levenslicht zien. Deze fictieve Spaanse ridder zou de geschiedenis ingaan als de man die op zijn paard Rosinante en gewapend met een zelf gefabriceerde speer de windmolens in La Mancha aanviel. Nog later zou hij ook enkele molenaars op een in de Ebro drijvende riviermolen naar het leven staan. Gelukkig was dat allemaal slechts fantasie. Ruim 400 jaar later – om precies te zijn sinds 29 april 2010 – beschikt de Nederlandse molenwereld over een ridder die vóór de molens vecht. En dat is geen fantasie maar werkelijkheid, al ruim drie decennia. Op die gedenkwaardige 29 ste april spelde burgemeester Drs.F.Kerckhaert van Hengelo namelijk Jan Wieffer (59) uit Hengelo de versierselen op die behoren bij een Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Jan Wieffer is in de molenwereld een bekende en zeer gewaardeerde verschijning. Eind jaar ’70 verhuisde hij vanwege zijn werk naar Zuid- Limburg. Hij was toen al aangetast door het molenvirus en had al wat kennis opgedaan bij molen De Lelie in Ommen. Die ‘kwaal’ nam hij mee naar Limburg waar hij in Grondsveld zijn kennis verder uitbreidde en uiteindelijk slaagde voor het examen van Vrijwillig molenaar. Vanuit Limburg kwam hij begin jaren ’80 weer over naar Hengelo. Hij was nog maar kort in het bezit van het certificaat van Vrijwillig Molenaar, maar door zijn verhuizing naar Twente ging de opgedane kennis niet verloren want hij legde al snel contact met de afdeling Overijssel van het Gilde van Vrijwillig Molenaars en ging meedraaien op de Braakmolen in Goor en later ging hij deel uitmaken van de maalploeg op de Wissinksmöl in Usselo. Hij kwam als geroepen want op het gebied van opleiding kon het Overijsselse gilde nog niet over een echte structuur beschikken. Na overleg met de overkoepelende landelijke organisatie werd Jan belast met die taak en niet lang daarna werden de eerste leerlingen aan hem toevertrouwd. Jan had op dat vlak geen enkele ervaringen en heeft in de loop der jaren zelf een methode ontwikkeld die nauw op de praktijk aansluit. Die praktijk heeft niet alleen te maken met de verschillende types molens maar ook met de verschillende leerlingen. Meestal senioren maar ook wel een enkele jongere wil zich het oude ambacht eigen maken en dan moet Jan onder meer letten op iemands technische vaardigheden, snelheid van begrijpen en handelen etc.etc. Kortom de opleiding wordt op maat gemaakt voor iedere deelnemer, niet alleen in praktische zin maar ook op het theoretische vlak. In eerste instantie betrof zijn inbreng de windmolens maar naderhand heeft hij zich ook verdiept in de specifieke werking van watermolens. Uiteindelijk haalde Jan in 2007 zelf ook het getuigschrift voor watermolenaars. Die kennis is zo duidelijk aanwezig dat hij door het Gilde is aangesteld als examinator voor het getuigschrift ‘Watermolenaar’. Jan is als het om molens gaat een ‘gedreven’ type dat wil niet zeggen dat hij tevreden is met het slechts aanwezig te hoeven zijn. Hij moet wat ‘om handen hebben’ zoals dat heet en wil eigenlijk zoveel mogelijk praktische kennis opdoen van alle molentypen die er zoal zijn. Hoewel zijn ‘huismolen’ de Oldemeule in de buurtschap Oelde bij Hengelo is, duikt hij overal als vliegende kiep op waar hij gebruikt kan worden. In molenland heet het dat hij ‘heggemulder’ is. Dat is een variant op de vroegere ‘hegge of haageprediker’. Dat wil zeggen dat zo iemand geen vaste standplaats heeft. Wel is de Westermolen in Dalfsen zijn vaste stek als het gaat om het geven van instructie. Door zijn brede praktische en theoretische kennis van het culturele erfgoed –want dat zijn molens – is Jan al langdurig van grote waarde voor de Nederlandse molenwereld in het algemeen en voor de Overijsselse in het bijzonder. Zijn voordracht voor de KO kreeg dan ook steun van het Gilde als van het bestuur van de Stichting de Overijsselse Molen. Mede door zijn kennisoverdracht blijft het oude ambacht bewaard, ook voor toekomende geslachten. Een ‘ridderwaardige’ instelling!
P. v.d. M
|